Cosmoavance 4: Cees Nooteboom (Holanda, 1933)

HARBA LORI FA

Zoveel soorten bestaan! Zoveel bevolking
om te lijden en lachen in deze heuvels vol stenen!

De vijgeboom staat gebogen in de richting van het zuiden,
boven ons het zachte snurken van een vliegtuig.

Mijn vriend wacht bij een struik met scherpe doornen.
Hij kent het verhaal van zijn ondergang,

we zien de glans van de zee
tussen galappels en distels, een zeil in de verte.

Alles slaapt. Geef mij een ander leven en ik wil het niet.
Schelpen en krekels, mijn kelk is vol eeuwige middag.

De stroom waaruit ik gisteren dronk had koel, helder water.
Ik zag de laurierboom weerspiegeld, ik zag hoe de schaduw

van de bladeren wegdreef over de bodem.
Dit was alles wat ik wilde. Harba lori fa.

Mijn leeftijd hangt aan een draad. Zo ben ik de spin
boven het pad. Die weeft zijn veelhoekige tijd

tussen braambos en braambos,
tot de wandelaar voorbijkomt op weg naar de haven,

de wandelaar die slaat met zijn stok.



HARBA LORI FA

¡Tantos tipos de existencia! ¡Tantas criaturas
para sufrir y reír en estas colinas pedregosas!

La higuera se inclina mirando al sur,
sobre nosotros el ronquido suave de un avión.

Mi amigo espera junto a un arbusto de agudas espinas.
Conoce la historia de su perdición,

vemos el brillo del mar
entre agallas y cardos, una vela a lo lejos.

Todo duerme. Dadme otra vida y no la quiero.
Conchas y grillos, colmado está mi cáliz de eterno mediodía.

El río donde ayer bebí era fresco y claro.
Vi el laurel reflejado, vi cómo la sombra

de las hojas se iba deslizando por el fondo.
Esto es todo lo que anhelada. Harba lori fa.

Mis años penden de un hilo. Soy pues
la araña del camino, que teje su tiempo poligonal

entre zarza y zarza,
hasta que pasa el caminante hacia el puerto,

el trotamundos que golpea con su bastón.


Traducción de Fernando García de la Banda

No hay comentarios.: